Unieke tekst voor Nederlandse lezers

Oorspronkelijke auteur: 
Irma Joubert
Oorspronkelijke titel: 
Tolbos
Vertaler: 
Dorienke de Vries

door Dorienke de Vries

 

Het was geen vraag of het jongste boek van Irma Joubert, Tolbos, in Nederlandse vertaling zou verschijnen. Gezien de verkoopcijfers van haar eerdere romans was succes bij voorbaat verzekerd en bovendien was dit het derde deel van de trilogie die begon met Het meisje uit de trein. Uit de Facebookpagina van Irma’s fanclub bleek wel dat er reikhalzend naar werd uitgekeken.

 

Te veel voorkennis?

Toch hebben we na lezing van het boek even achter ons oor gekrabd. ‘We’, dat zijn Corinne Vuijk, acquirerend redacteur bij uitgeverij Mozaïek, en Dorienke de Vries, Irma’s vaste vertaler (en schrijver van dit stukje). Onze twijfel lag niet bij het verhaal als zodanig, dat was weer Irma ten voeten uit; maar we hadden de indruk dat er meer dan in eerdere boeken een extra vertaalslag nodig zou zijn om het verhaal bij de Nederlandse lezer binnen te brengen.

Met name de gedeelten die zich in Zuid-Afrika afspelen, veronderstellen veel voorkennis op politiek, literair en historisch gebied. Wat voor de Zuid-Afrikaanse lezers een feest van herkenning kan zijn, is voor de Nederlandse liefhebbers een te hoge drempel. Niet alleen zijn ze van veel feiten niet of nauwelijks op de hoogte; omdat een kader van achtergrondkennis ontbreekt, kunnen ze deze ook niet duiden. Daardoor gaat de zeggingskracht van het boek deels verloren.

Twee concrete voorbeelden: de meeste Nederlanders hebben nog nooit van Johannes Kerkorrel en de Gereformeerde Blues Band gehoord, laat staan dat ze begrijpen waarom een blanke Afrikaner familie schande van deze artiesten zou spreken.  

Ook het Afrikaner politieke landschap is voor hen grotendeels onbekend terrein. Irma kan de spanningen in een familie verklaren met de simpele mededeling dat iemand zich bij de Black Sash heeft aangesloten, maar als vertaler moet ik een kunstgreep toepassen om die drempel voor de Nederlandse lezers te slechten. Voor Tolbos waren bovengemiddeld veel van die kunstgrepen noodzakelijk.

 

Noodzakelijke kunstgrepen

Zo kwamen we tot een vrij ongebruikelijke aanpak. Voorafgaand aan de vertaling is op het hele boek een extra redactieronde toegepast. Redactrice Sandra van Tongeren heeft op ons verzoek en met instemming van Irma het boek gelezen met de ogen van een nietsvermoedende Nederlandse lezer, en suggesties gedaan voor veranderingen die volgens haar noodzakelijk waren om ongestoord van het verhaal te kunnen genieten en er toch iets van te leren. Al deze suggesties zijn voorgelegd aan Irma, die er de hare nog aan toevoegde.

Uiteindelijk kon ik aan de slag met een pdf vol rood en geel gemarkeerde passages. De rode moesten zo mogelijk compleet geschrapt (uiteraard zonder dat de ‘naden’ zichtbaar bleven), de gele moesten worden ingekort of herschreven. Op die manier zijn een aantal liedfragmenten, gedichten en auteursnamen verdwenen en politieke redevoeringen en discussies samengevat.  Ook een aantal boektitels is gesneuveld, met uitzondering van titels die in het Nederlands zijn vertaald. Dat laatste criterium heeft zelfs een keer gevolgen gehad voor de tekst: in plaats van Swart pelgrim van F.A. Venter leest de jonge Katrien in de Nederlandse versie Die swerfjare van Poppie Nongena van Elsa Joubert – omdat dit boek in Nederlandse vertaling beschikbaar is. Voor het gesprek met haar vriendin maakte het verder niet uit.

Bij mijn kennismaking met Johannes Kerkorrel ontdekte ik ook zijn spotlied over P.W. Botha: ‘Wat ’n vriend het ons in P.W.’ Ik heb Irma voorgesteld daar iets mee te doen, omdat het een persiflage is van een gezang dat ook in Nederland erg bekend en geliefd is (‘Welk een vriend is onze Jezus’). Zo zou de Nederlandse lezer de Afrikaanse verontwaardiging over deze subversieve muziek iets beter kunnen aanvoelen. Uiteindelijk is dit element terechtgekomen in een discussie tussen Katrien en haar oerconservatieve neef Bernard.

Zo bleven naar onze indruk het verhaal en de ontwikkeling van de hoofdpersonen te volgen, maar werd de lezer niet afgeschrikt door een te prominent ‘onbekend decor’.

 

Compensatie

Jammer is het natuurlijk wel. Om de schade enigszins te beperken staat achter in het boek een ‘lees- en luisterlijstje van Katrien’, met daarin de Nederlandstalige titels van genoemde en geciteerde boeken en gedichten. Misschien heeft het interesse gewekt voor Etienne van Heerden, Karel Schoeman en Antjie Krog.

Ook hebben veel lezers op YouTube hopelijk de protestnummers van Koos Kombuis en Johannes Kerkorrel beluisterd, en hebben doorgeklikt naar prachtige Afrikaanse liedjes als 'Lisa se klavier' en 'Blouberg se strand'. De documentairefilm Searching for Sugar Man ten slotte bleek een prachtig en toegankelijk beeld te geven van de (jeugd)cultuur in de tijd van Katriens politieke bewustwording (jaren ‘70 en ‘80). Hoewel de zanger Rodriguez in het boek verder niet voorkomt, kon ik het niet nalaten deze documentaire te vermelden, als kleine compensatie voor wat onvermijdelijk verloren ging.