Pleidooi voor de verklarende woordenlijst

Oorspronkelijke auteur: 
Deon Meyer
Oorspronkelijke titel: 
Kobra
Vertaler: 
Martine Vosmaer
Het verhaal van Dorienke de Vries over haar vertaling van het nieuwe boek van Irma Joubert heb ik met belangstelling gelezen. Het is natuurlijk geen nieuw probleem dat ze aansnijdt. Een van de dingen waarover vertalers zich voortdurend het hoofd breken (en wat mensen die het liefst alles ‘in het origineel lezen, omdat anders zo veel verloren gaat’ wel eens willen vergeten) is de vraag of alles wel begrijpelijk is voor de Nederlandse lezer. Soms gaat het om eenvoudige dingen: een citaat van Shakespeare, een bepaald soort koekjes dat hier niet te krijgen is, bloemen en planten, landschappen (al die verschillende bergen die ze er in sommige landen op na houden...). Dit soort problemen is meestal met een beetje fantasie en kleine aanpassingen wel op te lossen. Je voegt een woordje toe, je gebruikt een ander koekje, of je zorgt ervoor, met behulp van de oude Shakespearevertaling van Burgersdijk bijvoorbeeld, dat het voor de lezers duidelijk wordt dat we hier met een citaat te maken hebben. Hierbij hebben vertalers uit het Engels het over het algemeen makkelijker dan vertalers uit meer ‘exotische’ talen (van Albanees tot Zweeds), omdat een Nederlandse lezer waarschijnlijk wel zal weten waar Harrods en Primark voor staan, maar zich weinig kan voorstellen bij de Upim of de Rinascente. Aan de andere kant moet je als vertaler ook weer niet te ver gaan in je uitleggerij; zo las ik laatst in een vertaling dat iemand tong ‘op molenaarswijze’ zat te eten. Pas toen ik dat terug had vertaald naar tong meunière, zoals het in Nederland op het menu zou staan, viel het kwartje.
Lastiger wordt het als het om historische figuren of gebeurtenissen gaat. ‘Mensen kunnen tegenwoordig alles googelen’, heb ik een vertaler ooit horen zeggen. Dat is zeker waar, maar wie heeft er zin om tijdens het lezen van een roman te gaan zitten googelen?
Maar hoe met het dan?
Bij de vertaling van Tolbos is voor een heel drastische oplossing gekozen. Daar valt wat voor te zeggen, al doe je misschien de lezer tekort die beter op de hoogte is van de Zuid-Afrikaanse context. Bovendien is dit een vrij uniek geval, ik kan me voorstellen dat niet veel schrijvers bereid zullen zijn zulke drastische ingrepen te doen in hun werk. 
 
Op het Instituut voor Vertaalkunde werd aankomende vertalers altijd op het hart gedrukt dat een voetnoot in een roman uit den boze is. Als in het origineel geen noot staat, moet je er geen toevoegen. Het is een zwaktebod. Maar de laatste tijd vraag ik me steeds vaker af waarom. We vinden het heel normaal dat achter in De idioot van Dostojevski (in de vertaling van Arthur Langeveld) een uitgebreid notenapparaat is opgenomen. Een van de argumenten hiervoor is natuurlijk dat het een oud boek is. Ook Russische lezers zullen sommige dingen misschien niet meer begrijpen. Daarnaast krijgen boeken soms een nawoord of voorwoord dat het verhaal en de schrijver in een context plaatst. 
Ik weet niet wanneer, of door wie, deze traditie is begonnen, maar in veel romans die uit het Afrikaans zijn vertaald, staat achterin een verklarende woordenlijst. Het zijn vaak woorden die eventueel zouden kunnen worden ‘wegvertaald’. Maar juist omdat het Nederlands zo dicht bij het Afrikaans staat, is het leuk om de tekst meer ‘kleur’ te geven door woorden als plaas en donga te laten staan. Karina van Santen en ik hebben het eveneens gedaan bij onze vertalingen uit het Afrikaans, ook bij de thrillers van Deon Meyer. Zo hebben we de karnallie in de vertaling van Kobra laten staan. Een karnallie betekent iets als boef/schavuit, maar wordt door de vriendin van de hoofdpersoon gebruikt om zijn penis te benoemen. En hij maakt zich veel zorgen over zijn karnallie... 
Ik wil hier eigenlijk een lans breken voor het gebruik van de noot, de verklarende noot, de toelichting. En dan liever geen voetnoot, dat leidt te veel af en is eigenlijk alleen geschikt voor non-fictie, maar een verklarende woordenlijst achterin. In onze woordenlijst bij de vertaling van Klimtol staan flora en fauna: fynbos bijvoorbeeld, en boegoe; woorden met een positieve of negatieve lading, zoals klong/klonkie, volkies of oom en tante. Woorden die in het Afrikaans iets anders betekenen dan in het Nederlands, en die we niet wilden omschrijven, zoals de potloodtest. Maar ook Kaiser Matanzima en MK
Ik weet niet of zo’n verklarende lijst had volstaan voor Tolbos. Maar ik weet wel dat het in veel gevallen kan helpen om een boek toegankelijk te maken voor de Nederlandse lezer, zonder alle couleur locale weg te poetsen.